Over leven in een pastorie

…van een vrouw die haar handen vol heeft…

Mag ik dan bij jou…?

Ken je dat gevoel? Dat gevoel dat je je geen raad weet? Je loopt met je ziel onder je arm. Je weet niet welke kant je op moet. Je voelt je leeg. Alleen. En moe. Heel moe. Het is het gevoel dat je kunt hebben na een verlies. Het verlies van een dierbaar mens, maar ook het verlies van gezondheid, van krachten of wanneer je merkt dat je geheugen je in de steek laat, het verlies van werk, van inkomen of de kinderen die ineens allemaal uitvliegen… Er is méér verlies dan alleen het verlies van een geliefde.

En wat doe je dan hè, wat doe je als je hart leeg voelt, wat doe je als je leven leeg is? Je zoekt houvast. Je zoekt iets om de leegte mee te vullen. Je zoekt iemand om je aan vast te klampen. Mag ik dan bij jou? Als ik niet weet wat ik moet? Als ik bang ben voor wat er komt, als ik mij eenzaam voel en alleen, mag ik dan bij jou? Mag ik dan bij jou schuilen?

Want zo gaat het toch vaak? We zoeken ons heil bij een ander. We verwachten dat die ander ons helpt ons leven weer zin te geven. We hopen dat die ander ons richting wijst. En dat doen ze. Tuurlijk… Zo werkt dat tussen mensen: als jij hulp nodig hebt dan is er altijd wel iemand die je helpen wil. Want er zijn in deze wereld nou eenmaal genoeg mensen die een ander willen helpen. Mensen die het prettig vinden om je te helpen. Mensen die het misschien wel een goed gevoel geeft dat ze een ander kunnen helpen. En ze lopen in het begin de benen uit hun lijf voor je. Voortdurend staan ze voor je klaar, ‘mijn deur staat altijd voor je open’ zeggen ze en ze menen het.

Maar er komt een moment dat het niet uitkomt. Dat net even de gevoeligheid ontbreekt. Dat de ander even geen aandacht voor je heeft. Dat je ’t gevoel hebt een vijfde wiel aan de wagen te zijn. En je bent teleurgesteld. Je voelt je gekwetst. Logisch. Want de ander is helemaal niet zo beschikbaar als dat ‘ie beloofd had. De ander blijkt toch niet zo’n stevige rots te zijn als je dacht. De ander is niet zo’n constante houvast als je had gehoopt.

Mag ik dan bij jou…? Ja, tot op zekere hoogte, want ik heb ook nog een eigen leven….
Mag ik dan bij jou…? Ja, maar niet na 21 uur ’s avonds hoor, want dan zit ik gezellig met m’n eigen gezin op de bank…
Mag ik dan bij jou…? Ja, maar ik heb nu eigenlijk geen tijd, ’t is zo druk op m’n werk…

En neem het de ander eens kwalijk… Zo is het leven, zeggen we dan. Waar jij een groot gemis voelt, waar jouw leven stil is komen te staan, daar leeft een ander gewoon verder, daar doet een ander z’n best om alle ballen in de lucht te houden.

Zo is het leven, maar wat kun je teleurgesteld raken in anderen. Na een tijdje moet je jouw verlies maar eens een plekje hebben gegeven, wordt jouw verlies zorgvuldig gemeden, denkt iedereen dat je nu toch onderhand de draad van je leven weer hebt opgepakt. Maar die draad is gebroken, geknapt en je staat met de stukken in je handen…

En uiteindelijk…als uiteindelijk het niet meer iets materieels is dat je verliest,
als het niet meer je geliefde dierbaren zijn die je verliest,
maar je eigen leven…

Als het einde komt,
En als ik dan bang ben,
Mag ik dan bij jou?
Als het einde komt,
En als ik dan alleen ben,
Mag ik dan bij jou?

Nee, niet bij jou die hier achter blijft. Niet bij jou die uiteindelijk een ander niet kan redden. Niet bij jou die op die meest kwetsbare momenten tekort schiet. Maar mag ik dan bij U, U die voor mensen een toevlucht bent, een vesting, een veilige plek?

De Psalmdichter weet van wie hij zijn heil mag verwachten. Groot spreekt hij van de reddende macht van de Heer. De God van Israël is een God die vrij maakt en redt, die beschermt en veiligheid biedt, Hij is een God die je niet in de steek laat, maar die trouw blijft aan jou.

Psalm 91 is een lied dat je hoofd omhoog richt. Het is een lied dat je verder laat kijken dan de mensen om je heen, dat je verder laat kijken dan de omstandigheden waarin je leeft. Want uiteindelijk schieten mensen tekort als houvast. En daarom veroordeel ik anderen of mezelf niet, maar benoem ik wat we waarschijnlijk allemaal wel eens ervaren hebben: een ander kan je niet redden, geen mens is zo liefdevol, zo goed, zo sterkt dat ‘ie jouw pijn helemaal kan wegnemen, jouw eenzaamheid compleet kan oplossen, jouw leegte volkomen kan vervullen.

Het is de rode draad van de bijbelse geschiedenissen: op wie vertrouw je, van wie verwacht je hulp en redding? Keer op keer laten de bijbelverhalen zien dat mensen geneigd zijn om klein te denken, om niet verder te kijken dan hun neus lang is: ze verwachten hun heil van andere mensen, koningen met macht, van bondgenoten die toch niet betrouwbaar blijken te zijn, van profeten die het volk naar de mond praten, van wetten en regels, van gewoonten en rituelen.

En Psalm 91 laat ons zingen dat alleen de Heer die zekerheid kan geven. Hij is de enige die zonder voorbehoud en die volkomen oprecht zegt: ‘Kom wanneer je wilt, ik hou een kamer voor je vrij.’ Of zoals het einde van Psalm 91 verwoordt: ‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.’ Die belofte mag in jouw en mijn leven klinken. Dat Hij antwoord geeft als wij Hem roepen. Dat Hij bij ons zal zijn in nood en ons zal bevrijden en zegenen.

En je vraagt je af hoe het mogelijk is. Want je leeft met verlies… En wat je aan gevoelens vandaag hebt meegenomen draag je met je mee en er komen misschien nog wel andere momenten van verlies bij. En je twijfelt eraan of het je lukt om bij Hem te schuilen met je verdriet… Bevrijdt de Heer je van de ellende in je leven?

God heeft zijn Zoon in deze wereld vol verdriet, gemis en pijn geboren laten worden. Hij heeft zijn Zoon in deze wereld die vaak zo donker is laten lijden en sterven. Hij heeft een enorm groot verlies geleden. Maar het was geen verlies zonder hoop. God heeft laten zien dat Hij alles in handen heeft. En dat Hij ook macht heeft over de dood. En over welk verlies dan ook. ‘Ik zal je bevrijden en je met roem overladen, je overvloed geven van dagen.’ God geeft leven. Hij ís leven.

In dat perspectief staat ieder verlies dat wij met ons meedragen. Dat wat wij ook verliezen, wie wij ook verliezen – het is nooit het einde, omdat het einde een nieuw begin is bij de Heer. Hij is onze redding, de schuilplaats waar wij mogen zijn. Hij leeft en wij – en hen die ons zijn voorgegaan -, levenden en doden, wij leven met Hem.

bij ‘Mag ik dan bij jou?’ van Claudia de Breij en Psalm 91
Eeuwigheidszondag 23 november 2014
Gereformeerde Kerk Ottoland

Advertenties

4 reacties op “Mag ik dan bij jou…?

  1. Jaapzegt
    23 november 2014

    Mijn vrouw overleed 14-10 plotseling, hoewel ze ziek was en we naar de mens gesproken nog op een levensverlenging van 2-3 jaar mochten rekenen. Zij en ik hadden veel steun aan Lied 416 (Ga met God…). Wij hadden de herdenking op 2-11 jl. De overdenking bij ons was gelukkig in dezelfde trant als jouw overdenking!
    Geeft troost en kracht om door te gaan!

    • dsmirjam
      25 november 2014

      Dag Jaap, dank je wel voor je openhartigheid! Een moeilijke periode waar je je in bevindt… Ik vind het mooi om in jouw woorden te lezen dat God je schuilplaats is en je mét Hem je weg kunt gaan…

  2. Arjen ten Brinke
    6 december 2014

    Heel mooi Mirjam! Nog even gelezen voordat ik er morgenochtend zelf over ga preken in BOEI 90. 😉 Dank!

    • dsmirjam
      6 december 2014

      Dank voor je reactie, Arjen. Ook al kies je voor dezelfde teksten – je zult er een eigen verhaal van maken… Ik vind dat mooi: dat teksten zoveel rijkdom bevatten dat meerdere mensen in verschillende situaties iets mee kunnen… Mooie dienst toegewenst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: