Over leven in een pastorie

…van een vrouw die haar handen vol heeft…

Word stil en licht

De zon is onder, het is donker geworden. Het is koud en kil. De maan verlicht de hemel, maar het is slechts indirect licht. Want het Licht van de wereld is meegenomen, afgevoerd. En daar zit je dan. Buiten. Op de binnenplaats. Onopvallend aanwezig te zijn. Je zit er niet lekker. Kijkt wat schichtig om je heen. Wie is er nog meer? Zie je Jezus ergens? Je wendt je hoofd snel af als iemand je aankijkt. Je zit er niet lekker. Dat is aan je te zien. Je bent onrustig, twijfelachtig in je bewegingen, je ogen schieten net iets te snel heen en weer. Je voelt dat er iets in de lucht hangt, je draagt Jezus’ woorden met je mee: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen…’ en hoe verder de avond vordert, hoe donkerder de nacht, hoe meer je beseft dat Jezus wel eens gelijk zou kunnen hebben. Je voelt je onzeker, bang, je slaat je armen om je heen om de kou buiten te sluiten en jezelf te beschermen. Maar je weet dat de kou in jouzelf zit, het zit in je botten, het zit in je hart. Je hebt je afgesloten.

Het is precies zo gegaan zoals Jezus voorspelt had: je begreep Jezus ook gewoon niet. Hoe kon hij zich nou zo maar door Judas laten verraden? Hoe kon hij zich nou zo maar laten wegvoeren? Hij had toch wel meer in huis dan lijdzaam meegaan? Je voelt de irritatie weer naar boven komen als je eraan terugdenkt hoe hij tegen één van jullie uitviel: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.’ Het was toch zeker goed bedoeld? Je knijpt je handen tot vuisten, de spieren in je lichaam spannen zich, er ligt een verbeten trek om je mond…

Hoe zat dat nou? Gisteren ging het over tot rust komen. Stil worden. Want ‘in de eenzaamheid en de stilte van de nacht leren we helder te zien.’ Het is nodig dat we helder zien, dat we tot rust komen. Want alleen als er rust is in ons leven, dan is er ook ruimte. En alleen als er ruimte is, dan is er ontvankelijkheid, dan kan er ontvangen worden. En daarom ging het gisteren over angsten loslaten, ontevredenheid neerleggen, hart en gedachten leeg maken, handen openen… Gisteren ging over het stil worden, om ons voor te bereiden om te kunnen ontvangen.

Maar jij, jij zit er helemaal niet op te wachten om iets te ontvangen. Je zit hier wel op die binnenplaats, je wilt wel weten hoe het verder gaat, maar eigenlijk ook weer niet. Want wat moet je ermee? Wat moet je met Jezus? Je ziet de bui al hangen: dat wordt één doffe ellende als je bij Jezus zou blijven…

Je weet het niet meer, je twijfelt, je hart bonkt in je keel… Waar is nou die rust gebleven die je de afgelopen jaren ervaren hebt in zijn nabijheid? Je voelde je zo warm worden bij de wonderen die Jezus deed, je voelde een vaste zekerheid bij de woorden die hij sprak – dit was belangrijk, dit was waardevol, dit was het leven zoals het bedoeld moest zijn… Maar wat is daar nu van overgebleven?

Je hoort de mensen om je heen praten. Je hoort hun geklets over de man die jij zo liefhad. En je weet het niet meer… Je weet niet meer wat je moet voelen en denken van de man aan wie je drie jaar geleden je leven hebt gegeven…

* * *

De zon is onder, het is donker geworden. Het is koud en kil. De maan verlicht de hemel, maar het is slechts indirect licht. Want het Licht van de wereld is meegenomen, afgevoerd. En daar sta je dan. Je handen voor je lichaam vastgebonden. Het touw snijdt in je polsen. Het schijnsel van olielampen en fakkels verlicht je gelaten gezicht. Je ogen kijken treurig, zoekend naar de mannen die je hebben verlaten. Je voelt je alleen, eenzaam, je weet dat de verlatenheid steeds erger wordt. Judas heeft je verraden. En de andere elf – ach, ze zijn weinig beter… Ze hebben je in de steek gelaten. Dat begon al toen jij biddend op je knieën een hele strijd leverde en zij gewoonweg sliepen. En dat zette zich voort toen jullie net met elkaar in de tuin stonden. Klaar voor het volgende hoofdstuk in je eigen leven. Maar het was een ander soort script dan je vrienden hadden gedacht en je proefde hun teleurstelling.

En jij…? Jij voelde ook teleurstelling. Je vond het lastig om het tempo van je leerlingen de respecteren. Je vond het moeilijk dat ze jouw verhalen en opmerkingen niet op waarde konden schatten. En je relativeerde dat dan maar met: ‘Ach, ze weten niet beter, ze kunnen het ook niet begrijpen…’ Maar ze hadden het misschien wél kunnen begrijpen. En dat steekt je. Want ze hadden dit kunnen weten: ze hadden kunnen weten dat jouw weg zo zou gaan, ze hadden kunnen weten dat je heel wat leed te wachten zou staan. Ze hadden het kunnen weten dat je de mensen niet naar de mond zou praten…

Je staat daar maar. De zware adem van de mannen die je beschuldigen komt in stoten van verwijten en vragen op je af. Hun woorden ketsen af op je huid. Hun haat hangt dreigend tussen jullie in. Je hoort hun bijtende kritiek, maar je zegt niets. Je laat het over je heen komen, want jij weet: het hoort erbij. Jij weet: dit is nu precies wat m’n Vader van me heeft gevraagd. Om dit soort onzin te verdragen. Om deze woede te incasseren. Om deze beschuldigingen op me te laden. Om het kwaad als een last op m’n schouders te dragen.

Je staat daar maar en je wacht. En dan ineens hoor je het. Je houdt je adem in. En het juk van woedende beschuldigingen weegt ineens nog zwaarder, want nog meer verraad stapelt zich op. Je hoort een haan kraaien. Onmiskenbaar. En je krimpt ineen. Je voelt je maag samentrekken, want je weet: de man waar ik zoveel om geef, de man die mij de afgelopen jaren zo nabij was, die man is gezwicht. Die man heeft me in de steek gelaten. Ja, je weet dat hij niet ver bij je vandaan is. Je weet dat hij in de buurt zal zijn. Maar je weet ook dat de innerlijke afstand levensgroot is. En het doet je pijn.

Je zoekt naar de stilte in jezelf, de vaste overtuiging dat dit goed is. Dat dit nodig is. Je zoekt naar de zekerheid dat dit het is wat de Vader van je wil. Je hebt er voor gebeden, je hebt erom gevochten, geworsteld. Maar toen je de derde keer opstond, had je rust.

Ja, zo was het. Jezus had gebeden of deze weg aan hem voorbij mocht gaan. Maar zo gebeurt het niet. Er moet verzoening plaatsvinden. Er zijn wonden geslagen in de schepping, er zijn breuken veroorzaakt in dit leven, er is onrecht, haat, pijn en het uiterste daarvan is de dood. Er moet er één boeten voor alle duisternis. Er moet er één het donker van de dood doorgaan om af te rekenen met die macht. Er moet er één sterven – uit liefde, omdat de Vader ons heeft liefgehad – zo is het altijd al geweest…

* * *

uit:      De Bijbel, Het boek van de Psalmen
             
Psalm 130 vers 3 en 4

Als u de zonden blijft gedenken, HEER,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij u is vergeving,
daarom eert men u met ontzag.

Je bent op weg zijn naar de tempel in Jeruzalem. Je bent niet alleen – je bevindt je in een stoet van mensen die op weg is. De stemming is opgetogen: er zal feest gevierd worden. Je hebt ernaar uitgekeken, je hebt je voorbereidingen getroffen. Maar naast dat opgewekte gevoel is er ook iets dat knaagt. Je weet dat je geen heilige bent. Je weet dat er schuld is in je leven. Je draagt met je mee je tekortkomingen, je zonden. En tegelijkertijd ga je juist daarom ook op weg. Want je gelooft dat de Heer vergeeft. En daarom zing je. Zing je Psalm 130… Je hoopt op zijn genade. Je verlangt ernaar om de schuld van je af te leggen. Je wil lichter terugkeren.

Jij bent hier gekomen. Jij hebt je naar de Heer toegekeerd. Samen met al die andere mensen die vandaag het lijden en sterven van Jezus gedenken. De paasjubel klinkt al in de verte, er zal feest gevierd worden. Maar niet zonder vandaag. Want eerst is er het besef dat jij geen heilige bent. Je weet dat er schuld is in je leven. Je draagt met je mee die momenten in je leven waarop je tekortschoot – naar God toe, naar je naasten toe. Die momenten waarop je teleurstelde, die momenten waarop je je hart afsloot, je bewust of minder bewust het duistere koos.

En misschien ben je daarom juist wel hier gekomen. Omdat je gelooft dat de Heer vergeeft. Omdat je weet dat Jezus daarvoor heeft geleden, omdat Hij daarvoor is gestorven. Omdat je verlangt naar verlichting van de lasten die je met je meedraagt. Omdat je bevrijd wilt worden van het schuldgevoel. Verlost wilt worden van je fouten uit het verleden en het heden.

Als de Heer onze zonden zou blijven gedenken – wie zou er dan leven? Want voor de Heer kan zonde niet bestaan. Hij is boos over onze zonden, Hij is teleurgesteld over het kwaad dat wij elkaar, deze wereld en Hem aandoen. Maar zijn woede richt Hij niet op ons. Omdat Hij weet dat wij dan te gronde zouden gaan. Zijn woede heeft Hij van ons afgekeerd. Hij heeft het geconcentreerd op Jezus zijn Zoon. Eén mens die gehoorzaam was. Eén mens die geen schuld of zonden met zich meedroeg.

Gisteren was het water nog troebel, het moest nog tot rust komen om helder zicht te kunnen geven. Vandaag is de onrust neergedaald. Als dat in jouw leven gebeurt, als je de onrust, de onvrede, je falen en je schuld hebt afgelegd, dan komt er helder zicht op het goede wat God geeft. Dan krijg je oog voor zijn vergeving en de onmetelijke liefde die Hij dus voor je voelt. Aan het kruis geeft Jezus zijn leven. Een moeder verliest haar kind. Mensen verliezen hun held. Gezaghebbers lijken verlost te zijn van een onruststoker. Religieuze voormannen verlost van een godslasteraar.

Maar het houdt niet op bij Goede Vrijdag. Dit is niet zo maar iemand die sterft. Dit is Jezus, zoon van mensen, maar bovenal Zoon van God. En dit is wat God heeft bedacht om alle zonden te vergeven. Zo lost God alle schuld in. Zo neemt Hij je onrust en onvrede weg. Zo draagt Hij je pijn en verdriet. Zo verzacht Hij je boosheid en wrok.

Hoe bizar, maar aan het kruis laat Jezus zien hoe goed God is. En het kruis laat zien dat Jezus de enige is die geschikt is om het goed te maken. Wat een genade. Je mag hier lichter vandaan gaan…

* * *

teksten uit de viering op Goede Vrijdag – Gereformeerde Kerk Ottoland 18 april 2014 

voorafgaand aan de eerste tekst werd deel 5 van ‘Pasen met de zandtovenaar’ vertoond
voorafgaand aan de tweede tekst werd deel 6 van ‘Pasen met de zandtovenaar’ vertoond
het beeld van het troebele water was zichtbaar gemaakt door middel van een grote glazen vaas met water en zand

Advertenties

2 reacties op “Word stil en licht

  1. Pascal Falkmann
    21 april 2014

    Wat een prachtige preek. DANK!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: