Over leven in een pastorie

…van een vrouw die haar handen vol heeft…

Lichaam

125 jaar – zo lang bestaat de gemeente waar ik predikant ben. In november 1888 was de Gereformeerde Kerk te Ottoland een feit. Gebouwd als een boerderij: een breed voorhuis, met daarachter een lange stal. Daar hadden de mensen 125 jaar geleden goed over nagedacht, want je losmaken van de bestaande dorpsgemeente – dat was een hele stap. En er was geen garantie dat de nieuwe gemeenschap ook levensvatbaar is, dus werd de kerk gebouwd naar het model van een boerderij. Mochten er dan niet voldoende schapen zijn om kerk te zijn, dan konden koeien hun plek innemen. Zo ver is het nooit gekomen. 125 jaar later is er een bloeiende gemeente, een levendige gemeenschap en komend weekend vieren we dat. Het besef dat het met pijn en moeite begonnen is, is er ook. De kerkscheuring waardoor de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden trok diepe sporen in dorpen, gemeenschappen en families. Zo ook hier.

De geschiedenis van het christendom in Nederland is een geschiedenis vol van dat soort pijnlijke momenten die ertoe hebben geleid dat er in Nederland talloze kerkverbanden zijn, allerlei soorten christelijke gemeenten, afsplitsingen en vrije groepen. En dat terwijl er in de bijbel gesproken wordt over één lichaam. Paulus schrijft over de gemeente van Christus als één geheel, één lichaam dat uit verschillende delen, ledematen bestaat met elk een eigen functie. En hij benadrukt dat de verschillende lichaamsdelen niet zonder elkaar kunnen. Waarom denken wij dan dat we het beter weten? Want het lijkt soms net alsof ieder kerkgenootschap, iedere gemeente een apart lichaam is. We geloven soms langs elkaar heen zonder dat er contact en verbondenheid is.

Of…kunnen we ’t ook anders zien? Een lichaam heeft inderdaad verschillende lichaamsdelen. Maar als je nog verder inzoomt op het menselijk lichaam dan ontdek je dat ieder lichaamsdeel ook weer is opgebouwd uit verschillende onderdelen: botten, spieren, bloedvaten…en als je nog gedetailleerder zou kijken, dan zie je allerlei verschillende cellen. Met andere woorden: ieder lichaamsdeel is een hele organisatie op zich, druk bezig met z’n eigen taak en je zou kunnen zeggen – zonder besef van het grotere geheel waar de cel deel vanuit maakt.

Het lichaam van Christus – dat is de gemeenschap van alle gelovigen wereldwijd. Mijn 125 jaar oude gemeente is daar een piepklein schakeltje in, hooguit een cel in de wand van een bloedvat of een cel in de huid van de pink of zoiets. We zijn een gemeente op zich, druk bezig met onze verantwoordelijkheden, maar gelukkig in de afgelopen 125 jaar ook met een groeiend besef dat we ondanks verschillen verbonden zijn met andere christenen. Dat bewustzijn relativeert je eigen bestaan en alleen als je jezelf niet belangrijker acht dan een onderdeel te zijn van het totale lichaam, dan heb je ook echt wat te vieren.

Voor mij als gemeentepredikant is het een volkomen logisch beeld: je bent als gelovige deel van een gemeenschap van gelovigen en als gemeenschap ben je deel van een veel groter geheel – met alle christenen wereldwijd, vorm je door de eeuwen heen het ene lichaam waarvan Jezus Christus het hoofd is. Tegelijkertijd ervaar ik in mijn werk dat het niet voor iedereen vanzelfsprekend is dat je deel bent van een groter verband. Ik denk dat er geen gemeente is die geen zogenaamde grijze leden kent of randkerkelijken of hoe je de mensen ook maar wilt noemen die op papier wel bij de gemeente horen, maar in de praktijk niet zichtbaar zijn. Een deel van deze mensen is zeker wel christen, maar geeft aan dit christen zijn invulling buiten de setting van een gemeente. Misschien herken jij jezelf daar wel in, voel jij jezelf ook meer een gelovige buiten de kerk. Ik realiseer mij dat de mensen die lid zijn van een gemeente niet allemaal geloven en ik besef dat er buiten de kerk of gemeente genoeg gelovigen te vinden zijn.

Ik geloof best dat je er je redenen voor hebt wanneer je voornamelijk in je eentje gelooft. Christelijke gemeenschappen zijn – anders dan je zou denken – soms ontzettend onbarmhartig. Anders dan je zou vermoeden zijn christenen er pijnlijk goed in om elkaar te kwetsen. Dus ja, ik begrijp het soms best wel als je je niet thuis voelt in een gemeente, als je je niet veilig voelt, niet gewaardeerd, niet gezien of gehoord.

En toch… God is niet alleen de God die zich aan de individuele mens verbonden heeft. De hele bijbel door gaat het over verbondenheid: niet alleen tussen God en mensen, maar ook tussen mensen onderling. In een familie kun je je natuurlijk aan alle familieverplichtingen onttrekken, maar daar wordt het familieleven niet mooier van. Ja, ik weet het: je familie kan soms een hele beproeving zijn. Net zoals de christelijke gemeente dat kan zijn.

In m’n werk kom ik ze ook tegen: ouders van wie de kinderen met elkaar ruzie hebben, die elkaar niet willen zien, die nooit tegelijkertijd het ouderlijk huis meer binnenstappen… Groot is dan ook de dankbaarheid bij ouders van wie de kinderen goed met elkaar om gaan… Hoe zou God zich voelen als Hij onze verdeeldheid ziet? Als Hij ziet hoe zusters en broeders soms met elkaar omgaan? Als Hij ziet dat zijn kind zich afzondert, omdat ‘ie gekwetst, beschadigd is? Als Hij ziet dat zijn kinderen sommigen buitensluiten? Samen leven is soms zo moeilijk. Samen geloven is soms zo moeilijk. Terwijl het zo gemakkelijk klinkt als Paulus schrijft: ‘Houd veel van elkaar als broeders en zusters. Toon respect voor elkaar en wees de ander daarin voor.’

overdenkingen voor ‘De Nieuwe Morgen’ – Groot Nieuws Radio @1008AM op donderdag 7 november 2013

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: