Over leven in een pastorie

…van een vrouw die haar handen vol heeft…

Arm of rijk: God is je Heer!

Wanneer u daar in overvloed leeft, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat hij u gegeven heeft. – Deuteronomium 8:10

In Deuteronomium 8:7-18 komt ‘bidden’ of ‘gebed’ helemaal niet voor. Waarom zouden we dan nu uitgerekend op biddag voor gewas en arbeid dit stuk moeten lezen? Ik heb daar voor gekozen vanwege de levenshouding die in dit gedeelte tot uitdrukking gebracht wordt.

We vallen midden in een lange toespraak die Mozes houdt voor de Israëlieten. Na jarenlang geleefd te hebben in de woestijn is dan eindelijk het land van de belofte in zicht. Jarenlang hebben de Israëlieten braaf achter Mozes aan gelopen. Aten ze manna, dat witte spul dat uit de hemel kwam en waar ze ’n soort broden of koeken van konden bakken, aten ze kwakkels, die vogels die voor hun voeten dood neervielen, omdat ze zo’n trek hadden in vlees. Jarenlang leefden ze in tenten, die ze dan weer opbraken om ergens anders weer neer te zetten. Jarenlang leefden ze als het ware uit de koffer. En nu komt daar bijna een einde aan, want wat de Israëlieten wel niet beloofd wordt…
Overvloed en rijkdom hebben de Israëlieten in het vooruitzicht. Overvloed en  rijkdom – maar bij dat alles klinkt de ernstige waarschuwing om niet te vergeten dat Israël een verbond heeft gesloten met de Heer. Om niet te vergeten dat het eens anders is geweest. Om niet te vergeten dat het leven in de woestijn heel wat moeilijker was. En ook om niet te vergeten dat het leven in Egypte onder de zweepslagen van de slavendrijvers ontzettend zwaar was.

Het doet mij denken aan de generatie mensen die de oorlog heeft meegemaakt. De moeiten en de schaarste waarmee zij geconfronteerd zijn in de oorlogsjaren heeft hun denken en doen voor altijd gekleurd. Het heeft de één zuinig gemaakt tot op het krenterige af. Eten weggooien – dat doe je niet, want je weet toch wel hoeveel ze daar in de oorlog voor over hadden gehad? Kleren, spullen – je gebruikt het totdat het van ellende uit elkaar valt, want in de oorlog kon je het je ook niet veroorloven om steeds wat nieuws aan te schaffen. Tegelijkertijd zijn er ook die er juist niet aan herinnerd willen worden en die hun nageslacht zoveel mogelijk heeft willen geven, want zoals in de oorlog – dat nooit meer.
Het is niet ondenkbaar dat die twee uitersten ook te vinden zouden zijn in Israël wanneer zij een tijdje zou wonen in het land van de belofte. Want overvloed – dat doet iets me je. En ik denk dat de toespraak van Mozes wat dat betreft de vinger op de zere plek legt: wanneer het je voor de wind gaat, zou het zo maar kunnen zijn dat je vergeet wie jou dat alles gegeven heeft. De toespraak die Mozes houdt, heeft als doel om de Israëlieten ervan te doordringen dat rijkdom hen nooit arrogant mag maken. Rijk of arm – God is Heer van je leven.

In de verkondiging bij Ezechiël 14:12-23 had ik het over het kritisch kijken naar onze cultuur. Wij leven in een land dat rijk is. En ik besef dat ‘rijk’ een  relatief begrip is. Want wie bijvoorbeeld moet leven van een uitkering of van een piepklein pensioen is weinig vermogend. Wie te maken heeft met schulden of wie gewoonweg alleen een minimumloon heeft – maar ook de zorg heeft voor een gezin met een stel studerende kinderen – die heeft het niet breed. We zijn niet allemaal even rijk, maar als je naar ons land in z’n algemeenheid kijkt, dan kunnen we toch niet anders concluderen dan dat we leven in overvloed. We hebben allerlei vervoersmiddelen tot onze beschikking, huizen waarin we allemaal eigen kamers hebben. Een keuken vol apparaten en allemaal een mobiele telefoon. Een beetje dorp heeft al een winkelstraat en bedrijventerreinen hebben groene weilanden verdreven.
Maar in de jaren dat de industrialisatie toenam en de welvaart groeide, in de periode dat de wetenschap steeds belangrijker en invloedrijker werd – verdween God steeds meer naar de achtergrond. Het is niet zo dat ik denk dat we net zo moeten gaan leven als de Amish – alsof de vooruitgang niet bestaat. Ik denk dat het veel te zwart-wit is om te zeggen dat de vooruitgang van de 19e en 20e eeuw slecht is geweest. Apparaten zijn op zichzelf genomen niet eens zozeer goed of slecht – maar hoe wij ermee omgaan en wat wij ermee doen maakt iets waardevol of waardeloos. Vooruitgang en de welvaart die daarmee gepaard ging is niet zozeer verkeerd, maar maakt een biddend leven wel wat moeilijker.
Onze vooruitgang heeft God teruggedrongen, terwijl Mozes er bij het volk op aan dringt om God niet te vergeten in alle vooruitgang: ‘…u moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven, omdat hij zich wil houden aan wat hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, zoals hij dat tot nu toe heeft gedaan.’

Vandaag las ik deze tweet:

@hansverkerk7: ‘k Maak van deze #biddag gewoon een #dankdag. ‘k Heb alles al gekregen van Hem.

Dat is precies wat Mozes bedoelt. Hoe goed het ook gaat of hoe rijk je ook bent, hoe welgesteld een samenleving ook is – vergeet niet dat je in armoede, maar ook in rijkdom afhankelijk bent van de Heer. In armoede, maar ook in rijkdom moet je biddend leven.

Op de basisschool ging het in de biddagviering over het gebed van Hanna. Jarenlang heeft zij hetzelfde gebed gebeden: een kind. Het grote verdriet in haar leven was het gemis van een kind. Zij wilde zo’n lief kinderstemmetje aan haar ‘mama’ horen roepen. Zij wilde van die mollige knuistjes om haar nek voelen. En Hanna wist dat de Heer degene was van wie zij haar heil mocht verwachten. De reacties op de preek bij I Samuël 1:1-20 leggen de vinger op de zere plek: jarenlang bidden voor iets – wie houdt dat vol?! Wat doe je als je niet krijgt wat je wilt? Hanna hield vol. Ze had ook na één of twee jaar kunnen denken: bekijk het even, ik heb m’n best gedaan, God weet wat ik wil en als Hij me dat niet wil geven dan hoef ik Hem niet meer.
Als ik me in Hanna inleef, dan denk ik dat wanneer Hanna niet krijgt wat ze wil, of zolang Hanna niet krijgt wat ze wil, zij wil wat ze krijgt – oftewel: zolang Hanna’s gebed niet is verhoord, neemt zij de situatie zoals die is, maar berust er niet in – ze blijft zoeken naar Gods hulp en zijn bevrijding uit haar verdriet.
Als wij niet krijgen wat we willen, wat doen we dan? Kunnen wij ‘nee’ accepteren? Kunnen wij – net als Jezus – zeggen: ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiedde!’? Kunnen wij de situatie nemen zoals die is en intussen blijven bidden om Gods uitredding op zijn tijd, op zijn manier? Dat is soms best wel moeilijk. Het lijkt gemakkelijker om te stoppen met bidden. Het lijkt makkelijker om te proberen via andere wegen toch je zin te krijgen. Het lijkt makkelijker om niet meer het contact met God te zoeken, want dan krijg je tenminste ook geen ‘nee’ meer. Zeker in onze tijd en onze cultuur is het moeilijk om te moeten leven met een ‘voorlopig nee’. Onze vooruitgang en onze welvaart heeft ervoor gezorgd dat we enigszins verwend geraakt zijn. Wat we niet hebben, dat kopen we en als dat niet kan dan vestigen we ons heil op de technologie die toch haast alles voor elkaar krijgt?!
Ik snap het wel, hoor, dat in heel veel plekken in Nederland er geen biddag gevierd wordt. Ik begrijp het wel dat er veel minder animo is om doordeweeks samen te komen voor gebed. Dat heeft in mijn ogen toch te maken met een afnemend gevoel afhankelijk van de Heer te zijn. Akkers om te bebouwen, koeien om te melken, gewassen om straks te oogsten, lammeren om te verlossen – het wordt ons door de Heer gegeven.
Als je zo leeft, dan heeft dat volgens mij ook consequenties voor je werk en voor de manier waarop je in je werk staat. Denk niet: ‘Al die voorspoed hebben we op eigen kracht verworven!?’ Maar doe je werk biddend: in de erkenning dat God je werk geeft en dat Hij je zegent met wijsheid en kracht om je werk te doen. Het heeft ook consequenties voor wie geen betaald werk heeft of kwijt is geraakt: ook dan mag je je handen openen – niet om nou een uitkering te ontvangen, maar om uit te drukken dat je afhankelijk bent van de Heer aan wie de hele wereld – natuur, mens, dier, werk en kerk – onderworpen is.

bewerking van de verkondiging uitgesproken op biddag 14 maart 2012 in de Gereformeerde Kerk Ottoland

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 15 maart 2012 door in Bij een bijbeltekst, Gereformeerde Kerk Ottoland en getagd als , , , , , , , , .
%d bloggers liken dit: