Over leven in een pastorie

…van een vrouw die haar handen vol heeft…

Als liefde onder druk staat

22 Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
23 Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw!
24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.
25 Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht.
26 Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt.
27 Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd.

Kun je je ’t voorstellen? Dat je deze woorden zingt als alle veiligheid en geborgenheid verdwenen is, als de vaste grond onder je voeten vandaan is, als je van huis en haard verdreven bent, als je alles wat je dierbaar was moest achterlaten…? Als jouw leven er zo voor staat…dan vind ik ’t niet verwonderlijk wanneer jouw liefde voor God onder druk staat.

Dat is de situatie waarin dit lied, deze liederen – Klaagliederen – is geschreven. En in die ellendige omstandigheden klinkt dan dat de Heer genadig is, dat zijn ontferming – of zijn barmhartigheid – oneindig groot is en dat zijn trouw telkens weer blijkt. Vanuit het land van de belofte weggevoerd naar het verre Babel – het zou niet raar zijn als de liefde van Jeremia voor God onder druk is komen te staan… Maar tegelijkertijd: natuurlijk kan de dichter, Jeremia, dit zingen. Want hij kan dan wel meer dood dan levend zijn geweest – hij leeft nog wel. En het volk Israël kan dan wel treuren over het verlies van hun huizen, hun steden, hun land, hun rijkdommen, ze kunnen dan wel intens verdrietig zijn over hun ballingschap – ze leven nog wel. Ze zijn willens en wetens verkeerde paden in geslagen, ze hebben willens en wetens hun heil bij andere goden, koningen en wijzen gezocht, maar ze leven nog wel.

Hij heeft Israël ook niet aan haar lot overgelaten: na zeventig jaar ballingschap mocht zij weer terugkeren naar het land van de belofte. ‘Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig. Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade; slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen.’ (3:31vv)

De dichter brengt die drie kernwoorden in zijn hart binnen: genade, barmhartigheid, trouw. Die woorden zijn als een nieuwe bril waardoor je het leven anders gaat bezien. Niet langer kijkt de dichter met de ogen van pijnlijke afstandelijkheid: hij dit, hij dat. De muur van verwijten en beschuldigingen is weg en daardoor is er een kwetsbaarheid ontstaan – de dichter durft onder ogen te zien dat het vingertje naar hemzelf wijst: hij moet klagen over zijn eigen zonden.

Genade, barmhartigheid en trouw – wanneer dat in het hart van de dichter doordringt, stapt hij het verbond weer binnen. In Jezus is die verbondsrelatie ook voor ons. Door Jezus kunnen ook wij ons inprenten dat God genadig is, dat zijn barmhartigheid geen grenzen kent en dat zijn trouw voor eeuwig is. Als in ons hart doordringt dat God zo is, dan groeit in ons ook het besef dat Hij onze hoop is… Hoe onze situatie ook is, en wiens schuld dat dan ook is. Als wij beseffen dat God zo is – dan hebben wij iets om ons aan vast te houden en om op te pleiten. Want er is niets en niemand die ons dat allemaal belooft en Hij is ook de enige die het waarmaakt.

Dus: in welke situatie wij ons ook bevinden: goed is de Heer voor wie Hem zoekt en alles van Hem verwacht, want Jezus heeft ons getoond dat Hij genadig, barmhartig, trouw is…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 6 februari 2012 door in Bij een bijbeltekst en getagd als , , , , , , , , , .
%d bloggers liken dit: